maandag 15 oktober 2012

Blogopdracht 3


Wat vond ik belangrijk?
Ik vond het heel belangrijk dat er stil gestaan werd bij de blogs. Ik heb veel goede tips meegekregen bij het overlopen, die ik heb kunnen toepassen in het onderstaande beeldmodel. Heel interessant vond ik het om te horen dat de definitie ‘affect’ zo moeilijk te beschrijven blijft. Ik ben blij dat er ook nog eens is opgefrist hoe belangrijk het is om alle onderdelen van het beeldmodel af te bakenen. Mijn lessen bevatten altijd veel te veel beeldaspecten/onderwerpen en een veel te vaag affect. Ik weet nu dat ik veel duidelijker en specifieker moet zijn.


Het beeldmodel uitgediept.

·         O:  Zorg ervoor dat het onderwerp uitdagend is. Het moet aansluiten bij hun leefwereld en creativiteit uitlokken. Vermijd clichématige onderwerpen. Je kan ook meerdere onderwerpen gebruiken maar dit maakt de les gewoon veel moeilijker, zowel voor de leerkracht als voor de leerlingen. Als de klasgroep wat ouder is kan je altijd proberen meerdere onderwerpen te gebruiken. Zorg dan wel dat de rest van de onderdelen van het beeldmodel goed afgebakend zijn om dat op te vangen.
·         A: moet goed afgebakend zijn. Technieken en materialen moeten een versterkende functie hebben, moeten het affect vergroten. Mysterieus en vervreemdend zijn termen die je zeker niet moet gebruiken.
·         P:
§  M: materialen moeten goed afgestemd zijn op het affect. Als je met houtskool werkt zal je bijvoorbeeld niet echt een ‘vrolijk’ werk krijgen.
§  T: De technieken moeten ook een versterkend effect hebben. Waarom leren ze die technieken? Het moet voor de leerlingen duidelijk zijn waarom arcering en lijnvoering belangrijk zijn bij het schetsen, namelijk om volume te suggereren. Het spreekt ook voor zich dat de technieken aangepast moeten zijn aan de klasgroep (leeftijd, grote, niveau, tijd, …)
§  BA: moeten ook altijd duidelijk omschreven zijn. Hoe dragen ze bij aan het affect? Hoe kan vorm ervoor zorgen dat iets in beweging is of hoe kan licht ervoor zorgen dat iets eng of vrolijk is? Je kan altijd meerdere beeldaspecten gebruiken in je les maar dat maakt het wel veel moeilijker omdat je dan meerdere beeldaspecten moet uitleggen, meerdere werkjes moet sturen en automatisch ook meer technieken of materialen moet demonstreren om die beeldaspecten te bereiken.

De linken
Het is dus heel erg belangrijk om een bepaald affect af te bakenen en voor ogen te houden wat je met je leerlingen wilt bereiken. Alle andere onderdelen moeten eigenlijk een affect en onderwerp uitlokken. De beeldaspecten moeten ervoor zorgen dat het een ‘lief ‘diertje is, de technieken zorgen ervoor dat het een griezelige boom is. De klei zorgt ervoor dat het mannetje er ‘boers’ uitziet. Eigenlijk is het affect, het eerste dat je bepaald en daarna ga je opzoek naar een interessant onderwerp.

Aangepaste les
Klas 3: 2e graad, 3de jaar, latijn-wiskunde, 20lln, 12 meisjes, 8 jongens

O: stadslegende in klei
A: grappig, eng
P: M: klei, spatels, miretten, kranten, ijzerdraad,..
T: Holle opbouwtechniek voor grote delen, aanhechtingstechnieken, krassen,…
Ba: vormorganische vormen, open vorm. Als we een eng figuurtje maken, kan je een open vorm gebruiken. Een monster dat woest om zich heen slaat is veel enger dan een monster dat in een hoekje gekropen zit. Een misvormd wezen ziet er enger uit dan een vorm die je kent. 
Kleur: pastelkleuren zorgen meestal voor een zacht en lieflijk gevoel. Harde, donkere kleuren maken dingen eng. 

Les:

“Het nieuws raakte pas nu bekend, maar vorige week heeft zich een zeer bizar incident afgespeeld in de Zoo van Antwerpen. Toen de leraar van een internaat uit de Kempen ‘s avonds bij de schoolbus appel blies, bleek er een jongen te ontbreken. Na een korte zoekactie werd de jongeman alsnog gevonden. Hij was totaal doorweekt. Vermits hij geen uitleg kon geven over die natte kledij, werd er geen verdere aandacht aan gegeven en reed de bus met bekwame spoed weg om de verloren tijd in te halen. Pas na de aankomst aan de school, toen de koffer van de bus werd leeggemaakt, werd de aandacht van de leraars getrokken door de kletsnatte rugzak van de vermiste jongen. Toen ze de zak openden, waren ze ontzet.”
(Stadslegende over gestolen pinguïn steekt de kop op)

Wat voor dier/wezen zat er in de rugzak van de jongen? Was het iets grappig of eerder iets eng?

De leerlingen laten hun fantasie werken. Vooraan in de klas kunnen de leerlingen inspiratie op doen. Op het bord hangen foto’s van kunst- en beeldbeschouwing maar ook nog andere stadslegendes. Als de leerlingen inspiratie op gedaan hebben, legt de leerkracht uit hoe ze aan het werk beginnen (holle opbouwtechniek, aanhechtingstechnieken) en hoe ze met ijzerdraad, spatels en miretten hun werkje vorm kunnen geven en uitwerken.  Daarna beginnen de leerlingen zelfstandig aan hun werkje.


Kunst- en beeldbeschouwing:












(Large green troll under bridge)



(Elke persoon eet 1 tot 5 spinnen per jaar)


 (Flanagan)


  (Flanagan, Drummer)


(Grunfeld)



Eigen voorbeelden:














Bibliografie

·         Elke persoon eet 1 tot 5 spinnen per jaar. http://www.vief.be/vrije-tijd/leukste-broodjesaap-elke-persoon-eet-1-tot-5-spinnen-per-jaar.html.
·         Flanagan, B. Large Elephant and Cougar.http://www.royalacademy.org.uk/academicians/sculptors/barry-flanagan-ra,107,AR.html.
·         Flanagan, B. Drummer.
·         Grunfeld, T. Misfits.http://rassionmagazine.wordpress.com/author/catharinagerritsen/page/20/.
·         Large green troll under bridge.http://blogiverstravels.wordpress.com/2012/05/15/trolls-misunderstood/.
·         Stadslegende over gestolen pinguïn steekt de kop op. (sd). Opgeroepen op 10 1, 2012, van Gazet van Antwerpen: http://www.gva.be/archief/guid/stadslegende-over-gestolen-pinguin-steekt-de-kop-op.aspx?artikel=813e4d0a-069c-47a3-a2e4-1a2db72b0c14

Geen opmerkingen:

Een reactie posten