Wat vond ik
belangrijk?
Ik vond het heel belangrijk dat er stil gestaan werd bij de blogs.
Ik heb veel goede tips meegekregen bij het overlopen, die ik heb kunnen
toepassen in het onderstaande beeldmodel. Heel interessant vond ik het om te
horen dat de definitie ‘affect’ zo moeilijk te beschrijven blijft. Ik ben blij
dat er ook nog eens is opgefrist hoe belangrijk het is om alle onderdelen van
het beeldmodel af te bakenen. Mijn lessen bevatten altijd veel te veel
beeldaspecten/onderwerpen en een veel te vaag affect. Ik weet nu dat ik veel
duidelijker en specifieker moet zijn.
Het beeldmodel uitgediept.
·
O: Zorg ervoor dat het onderwerp uitdagend is.
Het moet aansluiten bij hun leefwereld en creativiteit uitlokken. Vermijd clichématige
onderwerpen. Je kan ook meerdere onderwerpen gebruiken maar dit maakt de les
gewoon veel moeilijker, zowel voor de leerkracht als voor de leerlingen. Als de
klasgroep wat ouder is kan je altijd proberen meerdere onderwerpen te
gebruiken. Zorg dan wel dat de rest van de onderdelen van het beeldmodel goed
afgebakend zijn om dat op te vangen.
·
A: moet
goed afgebakend zijn. Technieken en materialen moeten een versterkende functie
hebben, moeten het affect vergroten. Mysterieus en vervreemdend zijn termen die
je zeker niet moet gebruiken.
·
P:
§
M: materialen
moeten goed afgestemd zijn op het affect. Als je met houtskool werkt zal je
bijvoorbeeld niet echt een ‘vrolijk’ werk krijgen.
§
T: De
technieken moeten ook een versterkend effect hebben. Waarom leren ze die
technieken? Het moet voor de leerlingen duidelijk zijn waarom arcering en
lijnvoering belangrijk zijn bij het schetsen, namelijk om volume te suggereren.
Het spreekt ook voor zich dat de technieken aangepast moeten zijn aan de klasgroep
(leeftijd, grote, niveau, tijd, …)
§
BA: moeten
ook altijd duidelijk omschreven zijn. Hoe dragen ze bij aan het affect? Hoe kan
vorm ervoor zorgen dat iets in
beweging is of hoe kan licht ervoor
zorgen dat iets eng of vrolijk is? Je kan altijd meerdere beeldaspecten
gebruiken in je les maar dat maakt het wel veel moeilijker omdat je dan
meerdere beeldaspecten moet uitleggen, meerdere werkjes moet sturen en
automatisch ook meer technieken of materialen moet demonstreren om die
beeldaspecten te bereiken.
De linken
Het is dus heel erg belangrijk om een bepaald affect af te
bakenen en voor ogen te houden wat je met je leerlingen wilt bereiken. Alle
andere onderdelen moeten eigenlijk een affect en onderwerp uitlokken. De
beeldaspecten moeten ervoor zorgen dat het een ‘lief ‘diertje is, de technieken
zorgen ervoor dat het een griezelige boom is. De klei zorgt ervoor dat het
mannetje er ‘boers’ uitziet. Eigenlijk is het affect, het eerste dat je bepaald
en daarna ga je opzoek naar een interessant onderwerp.
Aangepaste les
Klas 3: 2e graad, 3de jaar,
latijn-wiskunde, 20lln, 12 meisjes, 8 jongens
O: stadslegende in klei
A: grappig, eng
P: M: klei, spatels, miretten, kranten,
ijzerdraad,..
T: Holle opbouwtechniek voor grote
delen, aanhechtingstechnieken, krassen,…
Ba: vorm: organische
vormen, open vorm. Als we een eng figuurtje maken, kan je een open vorm
gebruiken. Een monster dat woest om zich heen slaat is veel enger dan een
monster dat in een hoekje gekropen zit. Een misvormd wezen ziet er enger uit
dan een vorm die je kent.
Kleur: pastelkleuren zorgen meestal voor een zacht en lieflijk gevoel. Harde,
donkere kleuren maken dingen eng.
Les:
“Het nieuws raakte pas nu bekend, maar vorige week heeft zich een zeer bizar incident afgespeeld in de Zoo van Antwerpen. Toen de leraar van een internaat uit de Kempen ‘s avonds bij de schoolbus appel blies, bleek er een jongen te ontbreken. Na een korte zoekactie werd de jongeman alsnog gevonden. Hij was totaal doorweekt. Vermits hij geen uitleg kon geven over die natte kledij, werd er geen verdere aandacht aan gegeven en reed de bus met bekwame spoed weg om de verloren tijd in te halen. Pas na de aankomst aan de school, toen de koffer van de bus werd leeggemaakt, werd de aandacht van de leraars getrokken door de kletsnatte rugzak van de vermiste jongen. Toen ze de zak openden, waren ze ontzet.”
(Stadslegende over
gestolen pinguïn steekt de kop op)
Wat voor dier/wezen zat er in de rugzak van de jongen? Was het iets grappig of eerder iets eng?
De leerlingen laten hun fantasie werken. Vooraan in de klas kunnen de leerlingen inspiratie op doen. Op het bord hangen foto’s van kunst- en beeldbeschouwing maar ook nog andere stadslegendes. Als de leerlingen inspiratie op gedaan hebben, legt de leerkracht uit hoe ze aan het werk beginnen (holle opbouwtechniek, aanhechtingstechnieken) en hoe ze met ijzerdraad, spatels en miretten hun werkje vorm kunnen geven en uitwerken. Daarna beginnen de leerlingen zelfstandig aan hun werkje.
Kunst- en
beeldbeschouwing:
(Large
green troll under bridge)
(Elke persoon eet 1 tot 5 spinnen per jaar)
(Flanagan)
(Flanagan, Drummer)
(Grunfeld)
Eigen
voorbeelden:
Bibliografie
· Elke
persoon eet 1 tot 5 spinnen per jaar. http://www.vief.be/vrije-tijd/leukste-broodjesaap-elke-persoon-eet-1-tot-5-spinnen-per-jaar.html.
· Flanagan,
B. Large Elephant and Cougar.http://www.royalacademy.org.uk/academicians/sculptors/barry-flanagan-ra,107,AR.html.
· Flanagan,
B. Drummer.
· Grunfeld,
T. Misfits.http://rassionmagazine.wordpress.com/author/catharinagerritsen/page/20/.
· Large
green troll under bridge.http://blogiverstravels.wordpress.com/2012/05/15/trolls-misunderstood/.
· Stadslegende
over gestolen pinguïn steekt de kop op. (sd). Opgeroepen op 10 1,
2012, van Gazet van Antwerpen:
http://www.gva.be/archief/guid/stadslegende-over-gestolen-pinguin-steekt-de-kop-op.aspx?artikel=813e4d0a-069c-47a3-a2e4-1a2db72b0c14











