De les:
Wat is plastische opvoeding?
- We hebben vooral gekeken naar wat het vak nu precies inhoud. Wanneer geef je plastische opvoeding en wanneer wordt het een knutsel les?
- Plastische opvoeding houdt in dat je via het beschouwen, originele werken creëert om zo iets te uiten. Je leert de leerlingen communiceren via beeldtaal.
- Bij een knutsel les ligt de nadruk op techniek en het zo goed mogelijk nabootsen van een werk, dit willen we juist vermijden omdat het niet creatief is en de leerlingen niet uitdaagt om zelf te na te denken.
- Je leert leerlingen eigenlijk probleem oplossend denken wat heel erg belangrijk is in onze moderne samenleving, dus voor iedereen die denkt dat plastische opvoeding een nutteloos vak is, je hebt het wel degelijk mis.
- Plastische opvoeding is een ingewikkeld vak dat veel meer omhelst dan leerlingen technieken leren en leuke werkjes laten maken.
Werkblaadjes:
- Ik heb zelf al werkblaadjes gemaakt tijdens mijn stage en merkte dat ik het echt wel onderschat had. Mijn blaadjes waren veel te technisch en ik ben erg dankbaar voor alle interessante tips om een goed werkblaadje op te stellen.
- Ik ben zelf heel erg voor een soort plakboek idee. De leerlingen maken schetsen van hun grote werken in dat boek en de leerkracht zorgt voor papieren waar de kerngedachte van de les op staat. Zo kunnen de leerlingen zelf nog foto's of andere informatie in hun boek plakken. Ze bouwen zo eigenlijk aan een groot werk door het hele jaar heen, ook hebben ze alle informatie en gedachten gebundeld en kunnen ze er nog eens naar terug kijken.
- Heel veel van de aandachtspunten waren heel logisch en ik vond het stom dat ik er dan niet zelf aan gedacht had.
- Ik had er nooit aan gedacht om een begrippenlijst in een procesmap te stoppen maar sinds ik tijdens mijn stage merkte dat heel veel begrippen niet duidelijk zijn, ben ik er van overtuigd dat een begrippenlijst heel interessant kan zijn voor de leerlingen omdat ze zo ook beter dingen kunnen verwoorden bijvoorbeeld tijdens een reflectie.
- Een werkblaadje kan voor zo veel doeleinde gebruikt worden maar wordt vaak niet zinvol gebruikt. Tijdens mijn stage merkte ik al dat de werkblaadjes bekeken of gemaakt werden, in de map verdwenen en er niet meer uit kwamen.
- De opmerking over positieve formulering vond ik heel interessant. Ik merkte dit ook tijdens mijn stage en vond het interessant om te zien dat het dus ook echt zo is en niet iets dat ik zelf alleen ondervond. Leerlingen hebben het dus echt moeilijker met de instructie schrap wat niet past i.p.v duidt aan wat past.
- Zelfredzaamheid vind ik heel belangrijk en ik vind dat leraren nog veel te vaak 'hun handje vast houden'. Een werkblaadje biedt dus de ideale oplossing en zo vermijdt je ook dat ze aan hun medeleerlingen gaan vragen ' wat ze ook alweer moesten doen.
- De voorbeelden van de werkblaadjes gaven veel meer inzicht. Je zag precies wat er fout was en wat heel erg goed was. Ik vond vooral de oefening waarbij ze een beeldaspect op de kb moesten aanduiden heel interessant. Zo zien de leerlingen direct waar het beeldaspect zich bevind.
- De inhoud van een werkblaadje moet altijd goed gestructureerd, zinvol en beknopt zijn. het heeft geen zin om tien bladzijden met tekst over een techniek of een kunstenaar te geven.
- Beeldaspecten duidelijk maken via werkblaadjes is zeker een tip die ik ga mee nemen voor de volgende stage periode. Beelden vergelijken en dan kijken waar dat specifieke beeldaspect nu het duidelijkst te zien is, vind ik bijvoorbeeld heel interessant.
Het beeldmodel uitgediept.
· O: Zorg ervoor dat het onderwerp uitdagend is. Het moet aansluiten bij hun leefwereld en creativiteit uitlokken. Vermijd clichématige onderwerpen. Je kan ook meerdere onderwerpen gebruiken maar dit maakt de les gewoon veel moeilijker, zowel voor de leerkracht als voor de leerlingen. Als de klasgroep wat ouder is kan je altijd proberen meerdere onderwerpen te gebruiken. Zorg dan wel dat de rest van de onderdelen van het beeldmodel goed afgebakend zijn om dat op te vangen.
· A: moet goed afgebakend zijn. Technieken en materialen moeten een versterkende functie hebben, moeten het affect vergroten. Mysterieus en vervreemdend zijn termen die je zeker niet moet gebruiken.
· P:
§ M: materialen moeten goed afgestemd zijn op het affect. Als je met houtskool werkt zal je bijvoorbeeld niet echt een ‘vrolijk’ werk krijgen.
§ T: De technieken moeten ook een versterkend effect hebben. Waarom leren ze die technieken? Het moet voor de leerlingen duidelijk zijn waarom arcering en lijnvoering belangrijk zijn bij het schetsen, namelijk om volume te suggereren. Het spreekt ook voor zich dat de technieken aangepast moeten zijn aan de klasgroep (leeftijd, grote, niveau, tijd, …)
§ BA: moeten ook altijd duidelijk omschreven zijn. Hoe dragen ze bij aan het affect? Hoe kan vorm ervoor zorgen dat iets in beweging is of hoe kan licht ervoor zorgen dat iets eng of vrolijk is? Je kan altijd meerdere beeldaspecten gebruiken in je les maar dat maakt het wel veel moeilijker omdat je dan meerdere beeldaspecten moet uitleggen, meerdere werkjes moet sturen en automatisch ook meer technieken of materialen moet demonstreren om die beeldaspecten te bereiken.
De linken
Het is dus heel erg belangrijk om een bepaald affect af te bakenen en voor ogen te houden wat je met je leerlingen wilt bereiken. Alle andere onderdelen moeten eigenlijk een affect en onderwerp uitlokken. De beeldaspecten moeten ervoor zorgen dat het een ‘lief ‘diertje is, de technieken zorgen ervoor dat het een griezelige boom is. De klei zorgt ervoor dat het mannetje er ‘boers’ uitziet. Eigenlijk is het affect, het eerste dat je bepaald en daarna ga je opzoek naar een interessant onderwerp.
Aangepaste les
Klas 3: 2e graad, 3de jaar, latijn-wiskunde, 20lln, 12 meisjes, 8 jongens
O: stadslegende in klei
A: absurd, gek.
P: M: klei, spatels, miretten, kranten, ijzerdraad,..
T: Holle opbouwtechniek voor grote delen, aanhechtingstechnieken, krassen,…
Ba: vorm: organische vormen gaan ervoor zorgen dat de wezens gek, absurd of misvormd zijn. Is het een monster of een alien? Doordat je een absurde vorm 'kneed', is het begin van je rare wezen al gezet. Kleur: de kleuren die je gaat gebruiken bepalen heel veel. We willen een gek monster maken dus gekke kleuren gaan zeker van toepassing zijn. Een paars wezen met gele stippen of een blauw konijn met roze vleugels. Een kleur kan meteen voor een gek gevoel zorgen, denk maar aan een fel groene vogel. Je krijgt dus een vreemd, gek wezen als je ten eerste begint met een vorm die niet realistisch is, je kan zelf een vorm verzinnen of twee bestaande vormen combineren. Als je iets alledaags in een vreemde kleur gaat zetten, zorgt dit ook al voor een absurd effect.
Les:
“Het nieuws raakte pas nu bekend, maar vorige week heeft zich een zeer bizar incident afgespeeld in de Zoo van Antwerpen. Toen de leraar van een internaat uit de Kempen ‘s avonds bij de schoolbus appel blies, bleek er een jongen te ontbreken. Na een korte zoekactie werd de jongeman alsnog gevonden. Hij was totaal doorweekt. Vermits hij geen uitleg kon geven over die natte kledij, werd er geen verdere aandacht aan gegeven en reed de bus met bekwame spoed weg om de verloren tijd in te halen. Pas na de aankomst aan de school, toen de koffer van de bus werd leeggemaakt, werd de aandacht van de leraars getrokken door de kletsnatte rugzak van de vermiste jongen. Toen ze de zak openden, waren ze ontzet.”
(Stadslegende over gestolen pinguïn steekt de kop op)
Wat voor dier/wezen zat er in de rugzak van de jongen?
De leerlingen laten hun fantasie werken. Vooraan in de klas kunnen de leerlingen inspiratie op doen. Op het bord hangen foto’s van kunst- en beeldbeschouwing maar ook nog andere stadslegendes. Als de leerlingen inspiratie op gedaan hebben, legt de leerkracht uit hoe ze aan het werk beginnen (holle opbouwtechniek, aanhechtingstechnieken) en hoe ze met ijzerdraad, spatels en miretten hun werkje vorm kunnen geven en uitwerken. Daarna beginnen de leerlingen zelfstandig aan hun werkje.
Kunst- en beeldbeschouwing:

(Large green troll under bridge)
(Elke persoon eet 1 tot 5 spinnen per jaar)
(Flanagan)
(Flanagan, Drummer)
(Grunfeld)
Eigen voorbeelden:
Bibliografie
· Elke persoon eet 1 tot 5 spinnen per jaar. http://www.vief.be/vrije-tijd/leukste-broodjesaap-elke-persoon-eet-1-tot-5-spinnen-per-jaar.html.
· Flanagan, B. Large Elephant and Cougar.http://www.royalacademy.org.uk/academicians/sculptors/barry-flanagan-ra,107,AR.html.
· Flanagan, B. Drummer.
· Grunfeld, T. Misfits.http://rassionmagazine.wordpress.com/author/catharinagerritsen/page/20/.
· Large green troll under bridge.http://blogiverstravels.wordpress.com/2012/05/15/trolls-misunderstood/.
· Stadslegende over gestolen pinguïn steekt de kop op. (sd). Opgeroepen op 10 1, 2012, van Gazet van Antwerpen: http://www.gva.be/archief/guid/stadslegende-over-gestolen-pinguin-steekt-de-kop-op.aspx?artikel=813e4d0a-069c-47a3-a2e4-1a2db72b0c14
Keunen, J. (2012, 9 5). Olifanten is hasselt.
Opgeroepen op 12 3, 2012, van Johan's foto's:
http://keunenjohan.blogspot.be/2012/09/olifanten-in-hasselt.html






